Witte Veen , Buurse

Witte Veen
Het heide- en bosgebied Witte Veen ligt tussen Buurse en de Duitse grens. Voor de mooie rondwandeling moet u even de grens over. De wandelroute start bij de parkeerplaats van restaurant en watermolen Haarmühle. In ongeveer twee uur struint u door een prachtig natuurgebied met ruige graslanden, poelen, heide, bos en hoogveen.

Witte Veen

Witte Veen

Witte Veen

Witte Veen

Witte Veen

Witte Veen

Witte Veen

Witte Veen

Schotse Hooglander
Schotse Hooglander De Schotse Hooglander behoeft geen introductie in Nederland. De begroeiing in menig Nederlands natuurgebied wordt door deze ruig behaarde en lang hoornige Schot onder controle gehouden. De bezoekersaantallen van dergelijke gebieden ook, want niet iedereen is even overtuigd van de vreedzaamheid van deze runderen. Hun hoorns zien er toch wel erg gevaarlijk uit...

Schotse Hooglander
Een Schotse hooglander, ook wel Highland Cow, is een meestal roodbruin runderras dat oorspronkelijk uit Schotland komt. Naast roodbruine exemplaren komen ook zwarte, blonde, roan (bruin/zwart gestreept) en -heel zelden- witte exemplaren voor. Schotse hooglanders hebben grote horens. Een volwassen stier weegt 800 kilo en een koe 500 kilo. Schotse hooglanders kunnen tot achttien jaar oud worden. In die tijd kan een koe wel vijftien kalveren ter wereld brengen.

Schotse Hooglander
Dit runderras is geschikt om in natuurgebieden jaarrond als grote grazer te worden ingezet. Ze hebben weinig zorg nodig en zijn niet agressief. De dieren zijn in Nederland dan ook veelvuldig te zien in natuur- en recreatiegebieden, bijvoorbeeld in de nationale parken van Texel, Kennemerland en de Sallandse Heuvelrug. In de Dongevallei, een natuurgebied dat dwars door de Tilburgse wijk Reeshof loopt, grazen hooglanders probleemloos tot bij de huizen

Schotse Hooglander
Hielan Coo De roodbruine Schotse Hooglander is kleiner dan de ons overbekende zwartbonte koe. De kleur varieert soms naar meer zwart of crèmekleurig ('toffee-kleur'). Enigszins gedrongen, korte poten en ruig behaard. De vacht bestaat uit twee lagen. In de zomer hebben ze alleen een niet zo dikke onderlaag. In de herfst groeit een dikkere laag aan voor de winter. De soort is bij uitstek geschikt voor het klimaat en de ruige omstandigheden in de West-Highlands: veel regen, sterke wind en weinig om te grazen. Daar worden ze ‘Highland Cow’ genoemd.

Schotse Hooglander
Een volwassen stier weegt 800 kilo een koe –het vrouwtje- 500 kilo. Het verschil tussen de twee is eenvoudig. Bij een stier krullen de hoorns naar beneden en bij een koe staan ze overeind. Highland Cows worden over het algemeen achttien jaar oud. In die tijd kan een koe, vijftien kalveren ter wereld brengen.

Schotse Hooglander
Highlands & extensieve veeteelt Momenteel zijn er meer Schotse Hooglanders buiten Schotland dan in Schotland. Daar zie je nu vooral schapen grazen. Het schaap is pas massaal na 1750 geïntroduceerd in de Highlands (Highland Clearances). Daarvoor was er vooral vee in de Highlands, dat om hun vlees gefokt werd en verkocht werd in de Schotse Lowlands en Engeland. De Schotse Highlanders van de eilanden voor de Schotse westkust begonnen hun lange tocht naar de markt, door te zwemmen van eilanden naar het vasteland! Zo heb je op Mull nabij Croig 'Port-na-Ba', Gaelic voor 'haven van het vee'. De markten in Crieff en Falkirk was slechts een tijdelijke stop. Daarna begon de lange tocht, tot zelfs Londen aan toe. De begeleiders waren de 'drovers' die hun vee, ook wel 'kyloes' genoemd, wekenlang begeleiden door vaak onherbergzaam gebied.

Schotse Hooglander
Wel of niet Bijvoeren? In uitzonderlijke omstandigheden voert Natuurmonumenten de dieren bij, maar alleen als het echt nodig is. Zonder meer bijvoeren zodra het koud wordt, maar terwijl het niet echt nodig is, werkt namelijk averechts. Je creëert onrust in de kudde, want er zal concurrentie ontstaan om het voer. Dat kan tot onnodige onderlinge gevechten en verwondingen leiden. Dit soort onrust is ongewenst in een kudde waarin ook in de winter kalveren worden geboren. En de concurrentieslag om het voer wordt gewonnen door de sterkste dieren. De hulp komt dus bij de verkeerde terecht. De dieren gaan ook gewend raken aan het voeren, waardoor ze blijven hangen rond de voerplekken en niet meer zelfstandig op zoek gaan naar voedsel. Het grootste bezwaar tegen bijvoeren is dat de kudde daardoor ongewenst snel gaat groeien.

Schotse Hooglander
Vetreserves Een groot deel van het jaar zijn er volop vers gras en sappige kruiden voorhanden. Dit is de tijd dat de runderen hun vetreserves voor de winter aanleggen. Door hun soberheid zijn deze dieren in staat om zich onder harde omstandigheden goed te handhaven en kunnen ze tot 25% van hun lichaamsgewicht verliezen, zonder in de problemen te komen. Vrieskou ervaren ze als normaal. Natuurmonumenten houdt de grootte van de kudde aan de ondergrens, zodat het gebied in de zomer niet helemaal wordt kaal gegeten. Het biedt dan ook in de aanloop naar de winter voor alle dieren voedsel. Hun vetreserve wordt dus pas aangesproken als het nodig is.

Schotse Hooglander
Wakken hakken Natuurmonumenten ziet in de winter scherp toe op het welzijn van de hooglanders op Huis ter Heide. Dit doet zij samen met Stichting Taurus, van wie zij de kuddes leased. De conditie van de runderen wordt regelmatig gecontroleerd. In een winter met veel vorst en sneeuw worden er extra controles uitgevoerd. Bij aanhoudende vorst worden wakken in de vennen gehakt om de watervoorziening te garanderen.

Schotse Hooglander
Geen oernatuur Natuurmonumenten streeft in het Witte veen niet naar het creëren van oernatuur. Het Witte veen is echter wel uniek: het is het enige gebied van Natuurmonumenten met grazers waar natuurlijke processen zich spontaan kunnen voltrekken. De doelstelling van Natuurmonumenten in het Witte veen is niet om een bepaald soort natuur te laten ontstaan, maar om de natuur zelf te laten bepalen hoe het gebied eruit komt te zien. Daar ligt dus geen menselijk streefbeeld aan ten grondslag. Begrazing met runderen is een essentieel onderdeel van de natuurlijke processen in een gebied als het Witte veen. Door hun wijze van grazen hebben de runderen een positief effect op de diversiteit aan planten en dieren in het uitgestrekte gebied. Er is gekozen voor het uizetten van Schotse hooglanders , omdat dit sterke ras winterhard is en ook bij het kalveren geen hulp nodig heeft.

Schotse Hooglander









Witte ven
Maatregelen In gebieden met bijzondere soorten dient op een specifieke manier te worden begraasd, gemaaid of geplagd en kunnen aangepaste typen poelen worden aangelegd. Behalve aanpassingen in het beheer is het ook vaak nodig om maatregelen te nemen om bestaande leefgebieden met elkaar te verbinden



Vlonders
vlonders We komen bij een gedeelte waar door beheer het waterpeil ook is verhoogd. Een pad van vlonders leidt ons over het onstane moerasgebied. Niet alle vlonders zijn droog en zonder modder tot aan je enkels te bereiken. Sommige mensen keren dan ook teleurgesteld terug. Het vlonderpad slingert voor ons uit en wij volgen maar al te graag. Ook hier wordt het bos niet meer opgeruimd en heeft daardoor een natuurlijke uitstraling. Hier en daar staat een rhododendronstruik. Een lang pad met aan onze linkerhand een open grasgebied en rechts van ons vergraste heide dat men bezig is af te plaggen zodat er opnieuw heide kan groeien. Een stenen vogelkijkhut biedt uitzicht over het open gebied. Een Schotse Hooglander loopt, begeleidt door een reiger, rustig grazend met ons mee. Lopen we hier weer in Nederland of nog in Duitsland?

Schotse Hooglander

Schotse Hooglander

Schotse Hooglander

Schotse Hooglander


Gevolgen verhoogt waterpijl.
Herstellen van broekbossen betekent herstellen van de waterhuishouding. Het gaat daarbij niet alleen om vernatting, maar ook om herstel van een natuurlijk waterpeilregime en van de juiste water- en bodemkwaliteit. Vernatten om het vernatten is ongewenst en risicovol. Zowel hydrologisch herstel als het uitvoeren van aanvullende maatregelen zoals plaggen en strooiselafvoer, vergen een goed inzicht in het huidig èn historisch functioneren van het ecosysteem op landschapsschaal en haar hydrologie. Het historisch landbouwkundig gebruik van beekdalsystemen heeft vernuftige en regelmatig ingewikkelde systemen voor bevloeiing en ontwatering opgeleverd, die momenteel vaak niet meer of slechts ten dele functioneren.

Hier en daar ligt een flinterdun laagje ijs op de vennen. De wandeling begint door een stukje bos en, verrassend, heide. Dat zou ik niet verwacht hebben in een hoogveengebied maar veel van het oorspronkelijke veengebied is verloren gegaan door afgraving voor landbouwgronden. Er is nog zo’n 30 ha bewaard gebleven. Door het verhogen van het waterpeil en het aanleggen van dammen zijn basisbiotopen aangelegd zodat bijvoorbeeld de boomkikker hier weer kan floreren. Maar nat, drassig en zompig zoals in veengebied wordt het al snel. Schotse Hooglanders waar we plotseling voor staan, de uitwerpselen hadden al verraden dat ze in de buurt waren, zoeken tussen de bomen een drogere plek.



Poel
Geschikte plekken Niet elk terrein is geschikt voor amfibieën en reptielen. Binnen een leefgebied komen de meeste soorten bovendien vaak maar op bepaalde plaatsen voor. Voor beheerders is het dan ook belangrijk om de geschikte habitats te herkennen. Hoe ziet een structuurrijke vegetatie eruit? Wat is een ‘kleinschalig mozaïek’? Waarom zijn ruige pitrus- en pijpenstrovegetaties gunstig voor amfibieën en reptielen? Waarom wordt de ene poel wel door amfibieën bevolkt en de andere niet?

Berkenzwam
De berkenzwam (Piptoporus betulinus) is een schimmel uit de familie Fomitopsidaceae. De vruchtlichamen van de schimmel groeien het hele jaar door. Berken die in moerassen of op een beschaduwde plaats staan lopen het meeste gevaar om door de schimmel te worden aangestast. De nog levende zwam heeft een roestbruine kleur, de dode zwam is bedekt met een korzelig, wit vlies. De buisjes van de zwam staan altijd horizontaal, hoe de tak ook aan de boom zit of op de grond ligt. De sporen kunnen zich hierdoor altijd verspreiden. Gedroogd zijn ze heel lang te bewaren. De droge zwam open snijden lukt nauwelijks. Het verdroogde mycelium is taai. Het vlees wordt verkocht onder de naam polyporus en wordt door entomologen gebruikt om gedroogde insecten op te prikken voor verzamelingen. In de natuur worden de droge zwammen opgevreten door larven van de zwamkever. Alleen het witte vlies is ook voor deze kevers onverteerbaar. Bomen die besmet zijn met de berkenzwam, leggen vroeg of laat het loodje. Van de berkenzwam is bekend dat het stoffen bevat voor medicinale toepassingen.[

Stekel zwam
Gele stekelzwam Beschrijving Vruchtlichaam tol- tot (vlak) trechtervormig, tot 8 cm hoog. Hoed Ø 3-15 cm, onregelmatig rond, soms wat gevoord, zwak viltig, mat, crème of abrikooskleurig tot mosterd- of okergeel, met een ingerolde, gekerfde rand. Stekels breekbaar zacht, priemvormig, op de steel aflopend, tot 6 mm lang, crèmewit tot zalmkleurig roze. Steel 2-6 x 2-3 cm, fijn donzig, wit, aan de basis geel. Vlees zacht, wit. Geur aangenaam. Sporeekleur wit. Eetbaar. Voorkomen Bij loofbomen (beuk), zelden bij naaldbomen in loofbossen en lanen op matig tot zwak zure, zandige of lemige bodem. Ectomycorrhizavormend.

Stekel zwam
De gele stekelzwam (Hydnum repandum) is een paddenstoel die behoort tot de familie Hydnaceae. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van paddenstoelen als bedreigd. De schimmel groeit in loof- en naaldbossen. De paddenstoelen, die vaak bij de steel met elkaar vergroeid zijn, verschijnen van juli tot november De bleekgele, 2 -15 cm grote hoed is in het begin sterk gewelfd en wordt later plat met een kuiltje in het midden. Het vlees is vast en bros. Aan de onderkant is de paddenstoel witachtig tot zalmrood. De onderkant is bedekt met 2-6 mm lange, brosse, witte stekels die aan een de stekels van een stekelvarken doen denken. De cilindrische steel is 4-8 cm lang en heeft een helderder kleur dan de hoed. De paddenstoel heeft een lichte, aangename geur en een peperachtige bij ouder worden iets bittere smaak. Bij beschadiging verkleurt de paddenstoel roestgeel. Jonge exemplaren zijn goed eetbaar. Er zijn geen giftige paddenstoelen die op deze paddenstoel lijken. Wel kan de gele stekelzwam verward worden met de eveneens eetbare rossige stekelzwam (Hydnum rufescens).

Stekel zwam
Gele Stekelzwam, Hydnum repandum Beschrijving De hoed is in jonge staat gewelfd, op latere leeftijd vaak vlak of met ingedrukt centrum, met een golvende rand. De kleur varieert van bijna wit tot licht oranjegeel, soms ook vleeskleurig. Het hoedoppervlak is in eerste instantie viltig, maar wordt later kaal en glad. Het vlees van de hoed is wit, maar kleurt bij beschadiging geel of, in sommige gevallen, roodachtig. De stekeltjes zijn 8 mm lang, de hoed is 4-12 cm breed. De hoogte is 2-7 cm. Groeit meestal alleenstaand, in groepen of in heksenkringen, zelden met andere exemplaren vergroeid